Bijna 73 jaar bezit van de familie Heeringa.

Jan Tjeerds Heeringa en Antje Hayes Stellingwerf waren in 1890 met hun oudste dochter Maartje van Tzummarum naar 0osterbierum verhuisd.
Toen ze hun huis kochten, hadden ze inmiddels vier kinderen: Lysbeth, Tj eerd en Janke waren er bijgekomen.
In het familiepand werden nog Haye, Sipke en Ale geboren.
Toen Jan Heeringa zijn huis kocht woonden Pieter en Antje van der Zee er nog.
Zij verhuisden op 12 mei 1899 en Nanne Karels Kramer en Grietje Tietes Bonnema namen hun plaats in.
Op 3 april 1900 werd hun dochter Fokje geboren en per 1 november van dat j aar vertrokken ze naar een andere woning.
Daarna had de familie Heeringa het pand voor zich alleen.

0p 22 september 1922 overleed de moeder van het gezin.
De jongste zoon was toen nog maar zeven jaar.
Door dit overlijden werden de kinderen via het erfrecht voor een deel eigenaar van het huis, maar in maart 1923 verkochten vier kinderen hun deel aan hun vader voor f 344,-. p> In 1932 kwam na het aflopen van de opstalrecht periode het huis tijdelijk op naam van het Waterschap, maar in juli l932 ,werd het recht van opstal weer uitgegeven voor 13/14e aan Jan en voor 1/14e aan zoon Ale.

Heeringa viste in de regel Nooitgedacht met zoon Tj eerd in de BAR 24 en tot en met 1931 was hij regelhoofd.
Vanaf 1932 nam Simon Bonnema die taak over, maar Jan Heeringa bleef wel vissen.
De regels bleven formeel tot in de oorlog bestaan, hoewel na 1938 de haring uit de Waddenzee was verdwenen.
De regel Nooitgedacht telde toen nog wel liefst vijf Heeringa,s.
De broers Tjeerd en Ale hadden in 1938 een nieuwe boot met motor aangeschaft, de BAR 14.

Op 15 oktober 1948 overleed Jan Heeringa.
Ruim een jaar later, op 3 december 1949 werden zijn bezittingen door de kinderen verdeeld.
De broers Ale en Tjeerd handelden dit af met twee zwagers, de anderen hadden hen volmacht gegeven.
Vooral voor Haye was dat praktisch, want hij woonde inmiddels in Winnipeg, Canada.
Het huis ging naar Ale voor f 1000, -.
In de te verdelen erfenis zaten behalve diverse onroerende goederen en spaargeld ook twee graven in Oosterbierum; deze gingen voor f 20,- naar Tjeerd.
Alles verliep in goede harmonie.
De akte meldt hierover: "De contractanten verklaarden bovenstaande onverdeeldheid tot hun genoegen te hebben gescheiden en verdeeld., ieder tot het hem voor zich en in kwaliteit toebedeelde te hebben ontvangen, waarvoor zij elkander kwiteren en dechargeren zonder voorbehoud, zodat zij terzake van deze nalatenschap van hun vader Jan Heeringa niets meer te vorderen hebben”.

Ale zal het pand begin 1950 hebben betrokken, hij woonde daarvoor in Firdgum,op dat moment was er nog geen sprake van een komende dijkverhoging, de watersnoodramp van februari 1953 moest nog komen.
Toen in 1961 het opstalrecht weer werd verlengd, was reeds bekend dat de huizen langs de dijk moesten verdwijnen.
Werd tot dan toe het opstalrecht steeds verlengd voor een bepaalde periode van 29 jaar, die laatste keer werd het verleend "voor onbepaalde tijd".
Het werd de kortste van alle opstalperiodes.
Op 8 maart 1971 verkocht Ale ons pand Koehool aan het waterschap ,Der vijf Deelen Zeedijken Binnendijks" voor f. 5200,_.

Het Waterschap droeg het pand daarna ,,om niet,, over aan het Zuíderzeemuseum, waar het sinds 1974 weer geheel compleet als het pand BAR 2 staat te pronken.

Bron: Kees Draaisma