Na het openingswoord het Bondslied.

En in geest en streven,
n in lied en leven,
n in daad en woord:
En in 't rijk der klanken,
n om God te danken,
En bij lofakkoord
En zij ons doel:
Waar 't reinst gevoel
Eendracht wekten kracht in 't streven:
Moge God dat geven:

Allen, 't hart naar boven,
om Gods naam te loven,
In het reinste lied:
't Past ons Hem te danken
in verheven klanken:
Hij beschaamt ons niet
Prijst saam den Heer
Maakt groot Zijn eer
door uw lied, door heel uw leven:
Moge God dat geven.