Op deze pagina staat directeur Vegter van de gasfabrieken van Tzummarum en Sint Annaparochie, met zijn opzienbare vinding.

De krant legde uit waarom die vondst van grote betekenis kon zijn .
Zoals bekend, brengt de omschakeling van stadsgas op aardgas op dit ogenblik mee, dat alle toestellen omgebouwd moeten worden en dat gasverlichting niet meer mogelijk is.
De vinding van de heer Vegter zou betekenen dat deze omschakeling praktisch zonder meer kan verlopen: van de komforen behoeven alleen de brandplaatjes omgewisseld te worden, wat ten hoogste twee gulden vraagt tegen tien a vijftien bij ombouw, terwijl gasverlichting zonder enige verandering mogelijk blijft.
De vinding berust op een heel eenvoudig principe.
Zo eenvoudig, dat men er zich over verwondert.
Het aardgas had voor de verbranding meer lucht nodig dan stadsgas.
De oude toestellen konden die lucht echter zelf niet aanzuigen.
Daarom werden er installaties gebouwd voor het kraken van aardgas.
Dat kwam erop neer dat de calorische waarde van het aardgas werd teruggebracht naar die van stadsgas.
De kleine gasbedrijfjes konden die dure apparatuur echter niet betalen.
Maar het was ook onzin om zo de kwaliteit van het aardgas te verminderen, had Vegter al gauw door.
Met heel eenvoudige apparatuur kon men in de gasfabriek lucht toevoegen aan het aardgas.
Er kon wel 35 procent lucht bij, zonder enig gevaar, stelde de directeur vast.
En om dit te demonstreren, laat de heer Vegter in een met aardgas-lucht gevulde bol het mengsel, dat blijkens juist tevoren getoonde proeven uitstekend brandt in komfoor en gloeikous- elektrisch een draad gloeien.
l.c. 13 januari 1954.