Het is niet verwonderlijk, dat een bedrijf dat zo expansief groeide als dat van de gebroeders Althuisius 'geldpijn' had.
Die groeikracht manifesteerde zich heel duidelijk in de zeventiger jaren, toen verschillende overnames werden gerealiseerd.
In l97l werd. Haitsma en Boorsma uit Franeker in zijn geheel overgenomen, in 1972 volgde het vervoersbedrijfje W. Overal uit Achlum en in 1976 een deel van J. Buwalda in Wljnaldum.
Al eerder in 1970 was het eigen vervoer van de firma Spin, een apparatenfabriek in De Blesse, overgenomen.
Maar de grootste en meest opmerkelijke verandering vond plaats op 1 april 1974, toen een fusie werd aangegaan met de MBN uit Het Bildt.
Voor Althuisius betekende deze fusie indertijd bijna een verdubbeling van het bedrijf'!
Natuurlijk was daar wel het een en ander aan vooraf gegaan.
Op 7 januari 1974 kwam Jan Gerrit Monsma op bezoek in Tzummarum.
Het zal geen gemakkelijke gang geweest zijn voor de felle concurrent van het eerste uur.
'Wij moesten maar eens praten, jij en ik', zo luidde zijn boodschap.
Watze : 'Ik waser wel blij mee, -toen kregen we ineens een hele hap vervoer'.
In die dagen beleefde de transportwereld zware tijden, nadat eind 1973 de oliecrisis was uitgebroken.
Bovendien had Monsma, die tweeŽnzestig jaar was, geen opvolger voor zijn bedrijf kunnen vinden.
Ziedaar de verklaring voor zijn bezoek aan Althuisius, waar het 'even praten' resulteerde in een volledig samengaan van beide bedrijven.
Voor Tzummarum betekende dat een enorme uitbreiding, die gestalte kreeg in de aankoop van een groot stuk nieuw terrein.
Het bouwproject ter plekke werd gezamenlijk gefinancierd door het rijk en de gemeente Franekeradeel in het kader van een werkloosheidsregeling, een zogenaamd ACW- project.
De kosten voor een dergelijk stuk terrein bedroegen in 1974-'75: ťťn komma zeven miljoen gulden.