Stuntwerk

Waarschijnlijk geen enkel bedrijf bouwt zijn succes alleen op zuinigheid, vlijt en ander goed gedrag.
Er komt bijna altijd een dosis geluk en een portie 'stuntwerk', zoals de Friezen dat noemen, aan te pas.
Zo ook in Tzummarum.
In 1959 werd een 'keunstke' uitgehaald met Joop Hoksbergen van de firma Centropa uit Amersfoort.
Deze Hoksbergen is afkomstig uit een groot rooms-katholiek gezin in Soest, waarvan ieder familielid betrokken is bij de opbouw van de zaak.
Watze vond er een warm onthaal en veel gulle roomse gastvrijheid.
'Daar kon werkelijk lles.
De moeder van Joop, die we 'Moes Hok' noemden, een vrouw die haar mannetje stond ook, leende me zelfs een leeg plekje in het nog warme bed als dat nodig was.
Alles in het nette hoor, alles voor de zaak!
Hij praat met duidelijke genegenheid over de familie.
Joop bleek bovendien uit hetzelfde ondernemershout gesneden als Watze: 'Die ging door alles heen en nog!' Dat klikte dus.
Samen hebben ze melk gebracht naar Parijs.
Dat was in de zomer van 1959 toen president DeGaulle, die nog maar net aan de macht was, een staking van Parijse melkhandelaren trachtte te breken door melk uit Nederland te importeren.
Het duo Althuisius - Hoksbergen besloot meteen gebruik te maken van de gelegenheid om vrachtauto's te sturen naar de hoofdstad, waar de melk bestemd was voor kinderen en zieken.
Probleem was, dat er eerst vergunning verleent moest worden voor die buitenlandse rit.
Dat leverde op zo korte termijn moeilijkheden op met het ambtenarenapparaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
'We gingen buiten alle regels om natuurlijk'. Goede raad was duur, maar... 'We lagen niet voor n slag'... en dus hebben Joop en Watze het nette manchesteren pak aangetrokken en de zwarte chauffeurspet opgezet en toen zijn ze de vergunning zelf even gaan regelen op paleis Soestdijk bij Prins Bernhard.
Watze: 'Een vent met hart voor de zaak.
En toen was dat z maar klaar.
Een andere stunt dateert van een jaar later; het ging daarbij niet om melk, maar om fruit, veel fruit.
In I 960 had de firma tezamen met het bedrijf van Siem Zeilemaker uit Purmerend zeven auto's, vier Mack's van Zeilemaker en drie Scania's van Althuisius, geladen met kalvermelk op weg gestuurd naar afnemers in Milaan.
Het grote probleem van toen was, dat de wagens geen retourlading hadden ondanks vele pogingen daartoe.
Watze'.'We hadden al conserven uit Yoegoslavi gehad, maar dat leverde te weinig op en hout uit het Zwarte Woud, maar dat was zo nat, dat kon ook niet uit en toen moesten we er uit angst en nood zelf heen om lading te zoeken.
Anders ga je binnen de kortste keer failliet.
Het was al of niet'.

Zo begint het mooie verhaal van twee Hollandse ondernemers die in Itali op zoek gaan naar lading.
De reis zou per vliegtuig gemaakt worden om tijd te besparen, maar het moest wel zo goedkoop mogelijk natuurlijk.
Op zondagmiddag landden beide heren op het vliegveld Orly bij Parijs.
Watze: 'Waarom dat we naar Orly zijn gegaan, weet ik niet meer. Het doel was Milaan.
Maar ik denk dat dat goedkoper was en dat we dachten dan zien we wel'.
Goed, maar hoe nu verder gehandeld? Watze: 'Toen kwamen we daar en we konden geen van beiden Frans, maar toen zagen we een heel groot toeristenvliegtuig staan, dat zou die nacht leeg terug vliegen naar Milaan.
Een buitenkansje, dat we niet konden laten liggen.
We zijn als verstekeling meegegaan.
We zeiden tegen elkaar: 'We doen maar net of we gek zijn, we horen daar bij...'en toen zijn wij gewoon mee opgelopen met de bemanning, die had dat niet zo direct in de gaten.
In het vliegtuig een beetje gedoken en... daar zaten we! Ik zei: 'Maar niet eerder praten dan dat de motoren goed ronken'.
Daarna konden ze ons er niet meer uitzetten.
In die dagen kon zoiets nog, er waren geen kapingen en zo; al schrokken de stewardessen zich wezenloos dat wij er zaten'.
De gezagvoerder werd erbij gehaald. 'We zeiden tegen hem: 'We hoeven helemaal niks, geen drankjes, geen eten, niks, niks, alleen maar gewoon even meevliegen.
Jullie vliegen tch'. Ik weet nog wel dat we de vier man in de cockpit ieder vijftig gulden hebben gegeven.
Honderd gulden van Siem en honderd van mij.
Maar het was voor een koopje natuurlijk.
Zo kwamen wij in Milaan'.

Ter plekke huurden de verstekelingen een Fiatje waarmee ze de boer opgingen; eerst achter granen aan, toen bij de marmerbazen langs voor tegels, maar het zat de ondernemers niet mee. Watze: 'Dat lukte niet allemaal zo direct.
We hebben onderweg ook nog een boete gehad voor te snel rijden.
Er kwam politie achter ons aan en we moesten stoppen met die Fiat.
Ik weet nog wel, Siem reed en die zei: 'Ook dit er nog bij Althuisius' en toen haalde hij duizend lires, dat was toen zes gulden, uit zijn zak.
De politie ziet het, die schrijft gewoon door.
Nog eens duizend lires; hij schreef nog door. 'Nou jongen', zegt Siem: 'Dit is de laatste keer', hup duizend lires erbij.
De agent slaat zijn boekje dicht, wroem... weg!
Hadden we dat ook weer afgekocht, maar het was toch weer achttien gulden en in die tijd was dat voor ons wel belangrijk.
We moesten voor een beetje!'.
Terneergeslagen zaten de heren die avond in een dorpscafeetje in Vitta Della in de omgeving van Milaan.
Tot ze daar bij toeval de heer Scapin ontmoeten, een Italiaanse fruitexporteur.
Het plan was gauw getrokken.
De Nederlanders gaven zich uit voor fruitimporteurs met 'eine ganz grosze Sache'.
Watze:'Ja,wat moet je? We zaten in zak en as!'
Het was een goed fruitjaar en de Italiaan wilde zijn spullen graag kwijt.
Ze maakten een deal met hem: 'Wij betalen de invoerrechten bij de grens en de veilingkosten in Nederland.
Dit zijn de vrachtkosten die er nog vanaf gaan en de rest van het geld komen we je brengen'.
Midden in de nacht sjouwden vrouwtjes in het zwart de vrachtautos vol met kistjes fruit die in bunkers stonden opgestapeld .
Zeven auto's vol met appels, peren, perziken: honderdveertig ton fruit!
Een gelukstreffer. Watze: 'We waren niet meer te houden! We zeiden: 'Dit is raak h!'.
We filosofeerden dat we het gat in de markt ontdekt hadden.
De hele Italiaanse fruitmarkt hadden we , dachten we.
We rekenden ons rijk. Hoe mooi! Niks kon meer kapot'.

De terugtocht verliep in opperbeste stemming.
Al sloeg wel de vliegangst nog even hevig toe bij de start van het KLM-toestel.
Watze: 'We praatten elkaar bang, h.
We wilden ook geen riemen om, kon ons niks verrekken, maar niet vastgebonden.
Siem die bij het raam zat, zei somber: 'Watze, z laat jij jouw auto's nog niet de weg opgaan en zij willen met dit kreng de lucht in!'.
En hij prevelde: 'Straks lig ik in de Zwitserse bergen, moeders, je hoeft niet om me te zoeken, maar we hebben toch fruit gehad'.
Toen het vliegtuig eenmaal hoogte had, - 'toen waren die vlammen weg'-, herkregen beide mannen snel hun ondernemersinstinct.
Watze: 'De KLM lag in die tijd echt in de versukkeling, die had het heel moeilijk, dat wist iedereen.
En bij ons kon er niks meer kapot.
Ik weet nog hoe wij naar de gezagvoerder, een al wat oudere man, toe stapten.
We zeiden tegen hem en we meenden het hoor: Jullie zitten wl in de vernieling h?
Dus als jij dat mooie pakje aan wilt houden, dan moet je straks maar voor ons vliegen.
'Want zodra was de doodsangst over, of wij begonnen weer te fantaseren.
En we gingen rekenen.
We zouden een vliegtuig kopen van de KLM, want die dingen stonden toch maar te verroesten op Schiphol. We zagen het helemaal voor ons.
Later hebben we zelfs het hele vliegtuig opgemeten met een meetlint: lengte, hoogte en breedte, om te kijken hoeveel we zouden kunnen vervoeren aan kalvermelk heen en Italiaans fruit terug'.

De heren Althuisius en Zeilemaker waren zo overtuigd van het welslagen van hun plannen, dat ze, eenmaal thuis, een bezoek brachtcn aan het hoofdkantoor van de KLM in Amstelveen.
Daar: - 'tussen allemaal palmen en een hele rij mensen'-, kwamen de vervoerders met hun unieke voorstel: een vliegtuig overnemen voor de prijs van vijfhonderdduizend gulden.
Watze: 'We hadden berekend dat we met alle pijn en moeite, met allemaal leningen, samen n miljoen zouden kunnen opbrengen.
Ieder van ons een half miljoen dus.
Maar ja, een Fries biedt de helft n zeiden we tegen elkaar: 'Het verroest daar toch maar, dus laten we maar vijfhonderdduizend bieden'.
Voor de gelegenheid waren de heren gestoken in het nette manchester pak met een nieuwe pet erbij.
'En wij maar denken, nou die zijn vast onder de indruk van ons, dat wij zo'n ding van ze willen kopen, zo'n stuk oud roest.
Maar ja..., toen zijn we daar z raar weggekomen...
Ze hebben ons gewoon uitgelachen, gelachen hebben ze... Ze vroegen miljoenen'.

De domper werd nog groter toen bekend werd dat het Ministerie van Landbouw de ondernemers verbood ooit nog fruit uit Itali in te voeren.
Het importverbod van het ministerie kwam natuurlijk niet geheel onverwacht.
Het Italiaanse fruitavontuur had namelijk nog een staartje.
De zeven vrachtwagens waren, elk geladen met zo'n twintig ton fruit, rechtstreeks naar de veiling in Rotterdam gereden.
Watze: 'Het was midden in de nacht, voordat we eindelijk klaar waren.
Alles prachtig opgestapeld: mooi fruit, mooi uitgestald.
Prachtig... totdat de andere fruithandelaren op de veilingplaats arriveerden... toen was het oorlog'.
De binnenlandse fruittelers, voornamelijk afkomstig uit Tiel en omgeving, stonden met de handen in het haar, want hun aangevoerde fruit bracht nu niets meer op; dat moest worden doorgedraaid.
Het grote aanbod ineens had in n klap het hele marktmechanisme verstoord.
De veiling was overvoerd geraakt door zoveel fruit uit de omgeving van Milaan.
Watze: 'We hadden natuurlijk overal wt moeten brengen in plaats van alles ineens in Rotterdam te dumpen.
Maar daar hadden we nooit aan gedacht.
De hel is daar losgebroken en ik zei: 'Siem, nit bekendmaken dat wij het zijn, want ze slaan ons dood hier!'
Die Italiaan. meneer Scapin, die exporteur daar, ja die was wel tevreden over ons, want het bracht nogal wat geld op natuurlijk, - ja. genoeg'.

Dat het Ministerie van Landbouw er anders over dacht, was jammer maar begrijpelijk achteraf.
Al betekende dat wel het einde van het grote fruitavontuur voor de noordelijke ondernemers.
Watze: 'Zo viel ons hele plan in duigen, alles weg in n keer.
En dan nuchter'. 'Ja, zo is het zakenleven ook'.