Als een koningin in haar paleis.

Mw.Terpstra-Dijkstra was dolgelukkig toen ze in 1959 het stationsgebouw als huurder kon betrekken.
Tot die tijd woonde ze met haar 12 kinderen in een kleine arbeiderswoning in Firdgum.
Haar echtgenoot werkte bij een boer, maar kwam eind jaren vijftig te overlijden aan een virusinfectie.
Ze moest de woning verlaten, omdat de nieuwe knecht van de boer er in moest.
Het stationsgebouw in Tzummarum bood de ruimte die ze nodig had.
Al spoedig bleek de medaille ook een keerzijde had en dat waren de enorme hoge onderhoudskosten.
De verschillende eigenaren investeerden de afgelopen decennia amper in het pand en dat is te zien.
Stukken dakgoot zijn verdwenen en dat geld ook voor de verf op de sponningen, deuren en kozijnen.
De situatie in het gebouw ziet er niet veel beter uit.
Het behang komt op sommige plekken van de muren, het dak lekt, het is vochtig en hier en daar is de stenen muur te zien.
Ondanks alles denkt de 85 jarige weduwe er niet over om het pand te verruilen voor een woning die van alle gemakken is voorzien.
Ze vertelt dat ze geen moment vreugde meer in haar leven zou hebben als ze de vrijheid van haar bestaan zou moeten opgeven.
Ze leeft als een koningin in haar paleis, heeft met niemand iets te maken, geniet met volle teugen van de zee van ruimte rond haar woning.
En dat wil ze graag zo houden.
Dan maar geen centrale verwarming en het beetje angst en zorgen als er zware storm of veel regen op komst is neemt ze op de koop toe.
De bewoonster vind dat het hoognodig tijd wordt dat er iets gebeurt aan het pand.
De krasse dame is ook slecht te spreken over de gemeente er is van alles gebeurt op haar terrein, zonder dat zij wordt ingelicht.
Er worden volgens haar sleuven gegraven door kranen, hekken gesloopt en gaas verwijderd dat ze rond haar fruitbomen had geplaatst om ze te beschermen.
Ze snapt niets van de hele situatie en is van plan om hierover eens aan de bel te trekken.
Ondaks alles is ze verknocht aan het stationsgebouw en het maakt haar niet uit hoe het er uit ziet.
Ze heeft 2 kamers gezellig ingericht.
Overal hangen fotos aan de muur en hier en daar een tekening of schilderij.
Eens per week heeft ze enkele uren hulp in de huishouding.
Deze zuigt het stof, maar wat veel belagrijker is, die drinkt even gezellig een bakje koffie.
Ze oogt tevreden met haar bestaan en lijkt te leven naar de spreuk op het bord die zegt: Vraag niet meer dan God u geeft.
Hij weet wat iemand nodig heeft.
Bron: Extra 22 April 1998.