Ook direct onder de bouwvoor is hier nog een overblijfsel van een smederij uit de 9e eeuw te zien met tal van halffabricaten.

foto W.L. Visie en advies na onderzoek eerste bewoning Firdgum .

Het dorp Firdgum wordt voor het eerst vermeld in de 8ste eeuw.
Het heette toen Fardincheim.
Firdgum ligt op een zandrug.
De eerste bewoning van deze plek was al in de Romeinse tijd op de kwelderwal voor de zandrug, duidelijk zijn hier nog sporen van gevonden ten noorden van de westelijke grote terp onder de Hearewei.
Ook zijn hier de resten van Romeinse mantelspelden uit de eerste eeuwen van de jaartelling gevonden.
Vermoedelijk is door de stijging van de zeespiegel 200 na Chr. deze omgeving een paar eeuwen niet of nauwelijks bewoond geweest en zijn de zandruggen overgeslibt.
Dit veranderde in latere tijd 700 na Chr. toen de zeespiegel weer zover was gedaald dat bewoning weer mogelijk werd.
In die tijd zijn deze opgeslibde zandruggen vermoedelijk nog wat verder opgehoogd naar wat nu terpen zijn.
In de eerste eeuwen na 700 vond de bewoning ook uitsluitend op de terpen plaats.
Vrij dicht onder de oppervlakte ben ik o.m.een smederij, en vuurhaarden tegen gekomen en ook veel terpaardewerk verder nog zeer duidelijke sporen van bewoning o.a. ook een stukken potje waar 13 zilveren munten (lotharius) in hadden gezeten, welke daar dicht in de buurt lagen.
De tijd van 200 tot ongeveer 700 na Chr. heb ik in de terp eigenlijk niks aangetroffen.
Dit kan vrij zeker betekenen dat er toen bijna of geen bewoning heeft plaatsgevonden.
Een deel van de vondsten is tentoongesteld in het archeologisch steunpunt Firdgum en geeft een beeld van de vroegere bewoning van deze terpen.

Graag wil ik van deze gelegenheid gebruik maken door een oproep te doen ook aan de archeologen:
Laat deze terpen verder met rust, want naar mijn mening voegt het geen of weinig meerwaarde toe en door de erosie en de landbouw verdwijnt er ieder jaar weer een stukje van deze monumenten.
Hier ligt een taak voor de hedendaagse archeologen ,om nu de meeste terpen al onderzocht zijn de laatste restanten van deze monumenten te behouden, dit kan door ze natuurlijk te laten begroeien.
Na jaren van onderzoek naar het verleden, is het nu tijd geworden voor het behouden van de restanten voor de toekomst.
Straks is het te laat!.
Deze visie wil een bijdrage leveren aan het behoud en bescherming van deze landschappelijke monumenten.

Bovenstaand is de visie aangaande mijn onderzoek begin jaren 1990.
Amateur archeoloog Wietse Leistra.