Schoolmeesters te Pietersbierum.
De eerste schoolmeester van Pietersbierum die we vonden, is in sept. 1609: Johannes Henrici.
In juni 1618 was mr. Sent Bottes "schooldienaar tot Pietersbierum".
Hij komt ook voor onder de naam mr. Vincent Bottes op 3 febr. 1625; hij was hier in 1626 nog.
In juli en okt. 1631komt hij hier nog voor.
In mei 1631 was Trijntje Foppes zijn vrouw.
De gegevens van Pietersbierum zin weer zeer fragmentarisch: oude kerkvoogdij rekenboeken zijn hier niet bewaard gebleven.
Voor het mij ter inzage toegestuurde oude lidmatenboek zeg ik bij dezen hartelijk dank, doch dat gaat ook niet verder dan tot 1719 terug.
Van een systematisch onderzoek, van wat betreft de tijd vr 1719 kan dus geen sprake zijn.
Zo bij toeval loopt met in andere bronnen eens tegen een schoolmeester van Pietersbierum aan.
Zo is op 2 maart 1653 mr. Jan Beernts schooldienaar in Pietersbierum.
Hij komt hier in april 1653 als mr. Jan Bernts voor.
Zo is het ook met Minne Overney, de zoon van de Pietersbierumer predikant Jacobus Overney (1646-1671), die in sept.
1663 schoolmeester te Schalsum werd en toen daar inkwam uit Pietersbierum.
Hij was daar ook schoolmeester is geweest, want op 22 mei 1662 werd Minne Overney, schooldienaar te Pietersbierum, 600 c.g. toegemaakt bij testament van Frou Foockel van Botnia.
Op 11 aug. 1681 was Jan Cornelis schoolmeester te Pietersbierum.
In 1697/1698 was hij ouderling.
Hij was in aug. 1699 nog schoolmeester.
In 1701 was hij hier nog; hij was toen "old int 62e jaar" en ook op 30 mei 1702 was hij hier nog.
Dr. Cuperus weet van hem, dat "meester zich wel eens schuldig had gemaakt aan dronkenschap en deswege gecensureerd was, maar dat het in den laatsten tijd zoo breed niet ging", dat meester van de stemming uitgesloten behoorde te worden.
Op 8 april 1703 trouwde mr. Enne Hendriks, schoolmeester te Pietersbierum, met Tiede Ruerts van Sexbierum.
Hij was de opvolger van mr. Jan Cornelis, die toen wel overleden zal zijn.
Hoe lang mr. Enne hier gestaan heeft, is niet bekend, maar in 1719 was hij hier niet meer.
In de lidmatenlijst van sept. 1719 komt namelijk de schoolmeester Douwe Simonsz. voor, met Doetie Tieerts, zijn huisvrouw.
Hij is hier van Zurich gekomen, waar hij in 1711 nog stond.
In de lidmatenlijst van febr. 1724 heet hij Douwe Simonides de Vries, schooldienaar; ook zijn vrouw leeft dan nog.
Op 9 mei 1726 vertrokken ze met attestatie; er staat niet bij waarheen.
Op 15 nov. 1726 zijn ingekomen met attestatie van Vrouwenkerk (=Vrouwenparochie): Arjen Harmens, schooldienaar, en Aaltje Lourens, zijn huisvrouw.
Hij was schoolmeester op Oude Bildtzijl geweest.
In 1728 was hij tevens wagenmaker.
Hij was in 1736 52 jaar oud.
Tot zijndood, op 18 mei 1737, heeft hij de school te Pietersbierum bediend.
Na het gratiejaar, waarin de weduwe nog een deel van het traktement van de kerk uitbetaald kreeg (niet zelden moest de opvolger hiertoe ook een bijdrage leveren; van pensioen was natuurlijk nog geen sprake), vertrok zij in aug. 1738.
Zijn opvolger was mr. Dooijtze Bottjes (Sakema), schoolmeester en dorprechter, een zoon van mr. Bottje Pieters te Marrum; hij was in 1737 20 jaar.
Blijkbaar nam hij de school gedeeltelijk voor de weduwe van zijn voorganger waar en kwam hij eerst na haar vertrek in het genot van het volle traktement, want op 15 nov. 1739 huwde hij met IJtske Piers Tania.
Beiden waren in hetzelfde jaar tot lidmaten aangenomen op belijdenis des geloofs; hij op op 13 febr. en zij op 7 mei 1739.
Op 16 nov. 1774 ontviel IJtske hem door de dood; zij werd 75 jaar, 9 maanden, 3weken en 2 dagen oud.
Hij hertrouwde op 7 maart 1779 met Tjitske Scheltes Hibma van Sexbierum en is op 4 juni 1786 overleden op 69-jarige leeftijd.
In 1786 werd toen tot schoolmeester gestemd: Ulrik Hendriks Lourens, tevens dorprechter, collecteur en dijksontvanger.
Zijn vrouw was Reintje Folkerts Feersma.
Hij was in sept. 1795 secretaris van de Wapen-Genootschappen, verenigd in het Bataillon van Barradeel.
Hij is op 29 jan. 1814 overleden; hij werd 57 jaar oud en was bijna 31 jaar getrouwd geweest met Reintje Folkerts.
Hij liet 5 kinderen en 2 schoonzoons na.
Zijn vrouw stierf op 27 jan. 1834, oud 75 jaar.
Zijn zoon Folkert Ulriks Lourens werd in zijn vaders plaats tot schoolmeester gekozen, eerst provisioneel, maar reeds op 28 dec. 1814, na het afkomen der ministerile goedkeuring, vast.
Het vast traktement bedroeg de zuivere opkomsten van 17 pondemaat bouw- en greidland, een vrije woning en tuin, de schoolpenningen van ca. 30 leerlingen ( 6 st. per kwartaal), maar daarvoor moest ook de post van koster en voorzanger worden waargenomen.
Hij was hier geboren op 14 juli 1793 en trouwde in april 1822 met Elizabeth P. Zijlstra.
Hij verkreeg op 5 mei 1813 de 3e rang en op 1 april 1818 de 2e rang.
In 1817 telde deze school 50 leerlingen.
a Zie Sljucht en Rjucht 1910. b Historische beschrijving Sexbierum in "Het Mengelwerk", Leeuwarder Courant, 29 febr. 1848. c Barradeel E 1, fol. 96. 98, 99.13
Het traktement, dat gedeeltelijk uit de huuropbrengst van schoolland bestond, bedroeg 200, plus de schoolgelden en een vrije woning.
In de eerder gemelde lijst van 1821 worden zijn gedrag en vlijt beide "zeer goed" genoemd.
Na de restauratie was hij nog dijksontvanger en "extra-ordinaris policie-dienaar", hetgeen hem 55 per jaar opleverde. In 1845 werd de school bezocht door 43 ('s zomers) 64 leerlingen ('s winters).
Zijn zoon Ulrik Folkerts Lourens stond hem als kwekeling bij en bezat toen reeds de 4e rang.
Op 1 okt. 1855 kreeg meester Folkert eervol ontslag om gezondheidsredenen; hij is op 19 maart 1857, oud 63 jaar, overleden.
Zijn vrouw Elizabeth, geboren op 1 dec. 1801 te Sexbierum, is op 26 sept. 1861 te Pietersbierum gestorven.
De zoon Ulrik leefde toen nog.
De opvolger Wijnsen Scheltes Faber werd op 1 okt. 1855 provisioneel met de waarneming belast en werd op 31 maart 1856 vast aangesteld.
Hij was een zoon van Schelte Wijnsens Faber, smid te Faber, die weer gehuwd was geweest met Botje Ulriks Lourens, een zuster dus van zijn voorganger; zij stierf reeds in 1838.
Uit dit huwelijk nu was op 21 aug. 1830 Wijnsen geboren te Arum.
Hij had op 8 okt. 1846 de 4e, op 28 juni 1849 de 3e en op 7 okt. 1852 de 2e rang verworven.
Hij was eerst kwekeling te Arum geweest en toen van 28 maart 1848 tot 1 dec. 1849 ondermeester te Holwerd.
Sedert 1 dec. 1849 was hij dus bij zijn oom in Pietersbierum, wiens opvolger hij dan in 1855 werd.
Hij trouwde op 15 aug. 1863 met Reintje Lourens, zijn nicht, geboren op 10 april 1833 te Pietersbierum.
In 1870 werd hier een nieuwe school gebouwd, die op 4 nov. kon worden ingewijd.
Meester W.S. Faber heeft enige naam gemaakt als Fries schrijver en dichter.
Tegen 1 jan. 1890 verkreeg hij eervol ontslag.
Toen was het onderwijzerschap hier dus ruim 100 jaar (van 1786 tot 1890) in n en dezelfde familie geweest.
Meester Faber is op 12 dec. 1918 te Pietersbierum overleden; zijn vrouw was hem op 23 aug. van hetzelfde jaar voorgegaan.
Beiden rusten op het kerkhof te Pietersbierum.
Op 1 mei 1890 werd Heert Dokter benoemd tot hoofd van deze school.
Hij was geboren te Wirdum en werd op 1 sept. 1894 onderwijzer te Beilen.
Op 1 sept. 1889 werd hij hoofd te Nieuweroord (gem. Westerbork).
Bijna 18 jaar heeft hij de school bediend, tot hij op 1 jan. 1908 naar Sexbierum werd overgeplaatst en de school te Pietersbierum door de gemeenteraad werd opgeheven en werd gecombineerd met Sexbierum.
Fryske Akademie.