Veel boekbeslag, soms nog met leerrestanten, pauselijke bulla’s en talloze fragmenten.
De uitzonderlijk goede conserveringstoestand van met name zegelstempels en boekbeslag zou er op kunnen wijzen dat (een deel van) het archief en de bibliotheek in 1572 door de geuzen in een (afval)put is gedeponeerd.
Tenslotte de bouwgeschiedenis.
Ook met betrekking tot de opheldering daarvan hebben detectoristen een bijdrage geleverd.
Sommige van hen hebben namelijk de goede gewoonte ook scherp te letten op “oogvondsten”, dat wil zeggen op voorwerpen van andere materialen dan metaal die dus niet met een metaaldetector kunnen worden gevonden.
Er zijn op de Lidlumer terp op die manier talloze (fragmenten van) kleine vloertegels met slibversiering opgeraapt.
Deze tegels (c.q. tegelvloeren) worden meestal in de 13e-14e eeuw gedateerd.
Eerdergenoemde “Abtenlevens” van Sibrandus vermeldt de aanschaf van een gekleurde tegelvloer ten tijde van abt Hoyto (1236-1275) en het is nauwelijks aan twijfel onderhevig dat het inzake de teruggevonden tegels om dezelfde vloer gaat, zodat een wat scherpere datering mogelijk is.
Het is tenslotte nogal uniek dat in het bronnenarme Friesland een 13e-eeuwse tegelvloer gedateerd kan worden doormiddel van een schriftelijke overlevering.

Uit verenigingsblad van ‘De detector Amateur’.

Amateur archeoloog Jan Zijlstra Leeuwarden

Foto: Johan Koning