Tzummarum Kapelleterp (puinbed)

Met het “Oude Dal “ aan de Kapelleweg wordt bedoeld de oorspronkelijke plaats van het Klooster “Marieëndal” deze inlichtingen komen uit de Lidlummer Klooster Kroniek, nagelaten door de Lidlummer kannunik Sybrand Lieuwes, of zoals hij zich zelf noemt, Sibrandus Leo die op 16 jarige leeftijd, het klooster was ingetreden.
Sibrandus Leo heeft voor de oudste geschiedenis van zijn klooster kunnen putten uit een sedertdien verloren gegaan handschrift in de tweede helft van de 13e eew geschreven door een zekere Liodolphus.
Deze vertelt ons nu, hoe omstreeks 1180 in Westergo te Lidlum, een gehucht tussen Tjummarum en Oosterbierum niet ver van de zee, een vermogend man woonde Sibo geheten, die het voornemen had een kloostertje te stichten, dit was in de Friese landen gedurende de tweede helft van de 12e eeuw op meer plaatsen gebeurde.
Tjalling Donia van Doniaterp, bij Winsum bleek een zelfde wens te koesteren, zij vonden elkaar en voegden hun bezittingen tot een stichting die gevestigd werd op een guur oord tussen de Lidlummerterp en de toemalige zeedijk.
1182 is het officiële stichtingsjaar van “Marieëndal”

http://www.archive.org/stream/MN42041ucmf_1/MN42041ucmf_1_djvu.txt
uit klooster kroniek
SIBRANDUS LEO'S
ABTENLEVENS DER
FRIESCHE KLOOSTERS
MARIENGAARD
EN LIDLUM
D. A. WUMKES.

Tussen Flie en Lauwers 24-10-1950 l.c.

Succesvolle nasporingen naar het klooster Lidlum.

Het terrein de ,,Kapelleberg”, gelegen aan de Kapelleweg, halverwege de terp Lidlum en de Oudedijk, ten westen van Tzummarum, mag beschouwd worden als de plek, waar in het jaar 1182, op de bezittingen van Sibo, een klooster werd gesticht, zo heeft het bodemonderzoek uitgewezen, dat de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Barradeel heeft verricht in het kader van het Landschapsgenetisch werkverband van de Fryske Akademy.
Geplaagd door onophoudelijke dijkdoorbraken en overstromingen, werd in het jaar 1234 het convent van de terp Lidlum overgebracht.
De naam van de eerste vestiging ,,Vetus Vallus” bleef bestaan.
Het kloosterkerkje, dat als kapel in gebruik bleef, is in het jaar 1268 hersteld.
Naast de kapel stond en Koestal; een en ander bleef tot aan de Hervorming in stand.
Uit de structuur van de ondergrond is gebleken, dat de hoeve, die door Sibo bestemd werd tot klooster, niet lang voor 1182 bestaan heeft.
Voor de twaalfde eeuw was op deze plek geen bewoning mogelijk.
Eerst in deze eeuw ontstond hier een zavelige rug in het kwelderland, welke geschikt werd geacht om er een hoeve op te bouwen.
Men heeft deze rug kunstmatig verhoogd, omdat de toen bestaande zeedijken niet betrouwbaar waren.
Het onderzoek heeft belangrijke gegevens opgeleverd omtrent de waterstaatkundige verhoudingen in dit deel van Friesland gedurende de twaalfde en de dertiende eeuw.
Op het klooster terrein werden onmiskenbare sporen van een middeleeuwse ijzergieterij gevonden.
Deze werkplaats is waarschijnlijk reeds in onbruik geraakt toen het klooster naar Lidlum verplaatst werd.
De opgravingen in Barradeel zullen in de komende weken worden voortgezet met een onderzoek van het terpengrafveld te Zwaarderburen, ten Oosten van Tzummarum.