Preekstoel en het Doophek
De lessenaar van de voorlezer steunt op een arend met uitgespreide vleugels, doelende op Joh.1:1.
Deze arend draagt dus het boek waaruit het woord voortgedragen wordt,terwijl hij zelf de blik in de eeuwigheid symboliseert, waarmee Johannes zijn Evangelie opent.
Boven de ingang van het doophek staat op de afsluitende boog weer de mannelijke Pelikaan, die zijn jongen met zijn eigen bloed voedt.
Onder de pelikaan is een Egyptische gier afgebeeld, n der onreine vogels van Lev.11:14. Daar de roofvogel beneden de pelikaan is aangebracht,duidt dit op het onderworpen zijn van het rijk van de boze aan dat van Christus.
In het snijwerk dat het doophek bekroont, vindt men veel rozen en bloemen van verschillende vorm, druiventrossen,vijgen, maiskolven,bijbels en draperieen afgebeeld.
De vele bloemen en vruchten zijn het symbool van bloei en vruchtbaarheid.
Ook vindt men naast het hek dat toegang geeft tot de ruimte om de preekstoel,aan weerzijden een opengeslagen boek waarvan het ene de woorden bevat: Matth.5:7 en het andere 2 Cor.9:7.
Op de hoeken van het doophek vindt men in de gesneden rand die het bekroont, de wapenschilden waarvan het blazoen bij de stichting van de Bataafse republiek, dus Omstreeks 1795 zal zijn verdwenen.
Onder deze schilden staan op de banderol de namen of van de schenkers of van de overheidspersonen en wel: Johannes Gerlofsma, Oldsecretaris van Barradeel (die toendertijd tevens adm.kerkvoogd was) en aan de andere zijde die van zijn vrouw Trijntje Klaases Gaarda zijn huisvrouw 1769.
De preekstoel is in 1768 vervaardigd door de in Harlingen wonende beelhouwer Johannes Georgie Hempel.
(Hij maakte ook de voormalige preekstoel en orgelpartij.
In de N.H. kerk te Harlingen, de preekstoel met doophek in de kerk te Berlikum.

De preekstoel is geheel gebouwd op de symbolische betekenis van de prediking.
Ze rust op een in tween verdeelde boom,die de kuip draagt en steunt.
De boom is genomen als de boom des levens,terwijl de twee takken wijzen op de beide delen, nl.het oude en het nieuwe testament.
In de tweesprong vindt men een vogelnestje met eieren, welke wijzen op het nieuwe leven aan het woord ontsproten.
De twee stammen met hun rijke bladerkroon dragen het klankbord dat aan de onderzijde een zon met uitschietende stralen bevat: de zon der gerechtigheid.
Het klankbord is van boven versierd met een kroon met daarop een bazuinblazende engel Die in de hand een banderol houdt met het opschrift: Jesaja 58:1.