Foto:
Een brandweerauto voor het gemeentehuis van Barradeel ± 1925. De bestuurder is Durk de Boer, toen elektricien en benzinepomphouder aan de “Nije dyk” nu Adelenstrjitte.
Volgens oud- Sexbierumer Sipke Weima uit Hallum is de man met de donkere pet dorpssmid Pieter Leijen van De Alde Buorren.
Man naast de bestuurder is rijwielhersteller Rense Mollema van de hoeke,de achterste persoon is onbekend.P.S.Naar aanleiding van Tebek yn 'e tiid deel 36 merkte J. de Schiffart nog op, dat na Jan Wiersma ook Rien Hartman nog chauffeur van de brandweerauto was.

Tebek yn ‘e tiid deel 38 maart 2006

We vervolgen de geschiedenis van Achterom 4 – hoek Terppaed.
De naam Terppaed is pas vanaf plm.1955 van kracht geworden, toen alle straten, stegen en paden in de gemeente Barradeel officiële namen en straatnaamborden kregen.
Voorheen heette het pad ook Terp, en de huisnummering liep in het dorp gewoon door, met als gevolg veel a, b en c nummers.
We proberen nu de bewoners na de dood van Janke Hoekstra-Mollema in 1956 op volgorde te beschrijven.
Het pand bleef eerst in eigendom van de zoon: Siebe Hoekstra uit Pietersbierum.
De eerste huurder was Trijntje Wielenga-Leeverink, de weduwe van Fedde Wielenga die tegen over Achterom 2, de gemeentewerkplaats, woonde, dus vlakbij.
Ik kende haar al heel lang, want op mijn 3e jaar speelde ik al met haar zoon Rense, die al vanaf plm. zijn 16e jaar i.v.m. studie, buiten de provincie woont.
Het huis no 4 werd ‘bezwaard’ met klompen verkoop, want zowel de gele, witte als zwarte klompen stonden nog steeds op de zolder van de kerk Geen zwarte kousenkerk dus.
Ook de voorkamer moest op zondag als consistorie gebruikt kunnen worden.
Trientsje was alleenstaand, noflik en sa goed as bôle.
Dus dat leverde geen probleem op.
Na vrouw Wielenga kwamen Nanning Miedema en zijn vrouw Annie, geboren Anema, er wonen.
Nanning was de zoon van Johannes en Wipkje Miedema en dus de broer van o.a. Douwe Miedema, de grondlegger van de Fûgelhelling te Ureterp.
Annie groeide op aan de Toerstrjitte.
Sietse Anema was de naam van haar heit, Na verloop van tijd kreeg Nanning ander werk en verlieten ze Sexbierum.
Nu nam de familie Nieuwenhuis-Buma met hun ‘omke en tante zegger’ tevens pleegdochter, Rennie Buma, die onderwijzeres was er hun intrek.
Ze woonden eerst in de stjelp aan de Hearewei 6 te Pietersbierum, waar na hun pensionering hoveniers uit Harlingen neerstreken.
Deze broeders met de bijnaam: ‘De kabouters’ dreven ook handel op de markt in Harlingen. De klompenhandel was intussen uit het pand aan het Achterom verdwenen.
Wel moest de voorkamer zondags nog beschikbaar blijven voor de kerk.
Het Achterom heeft een tijd lang wat auto verkeer betreft geen verbinding gehad met het Fliet.
Lekker rustig zou je zeggen.
Dat wel, maar soms ook knap lastig als je door lossen of laden van anderen in de ‘fûke’ zat. Zondags geen probleem werd soms gedacht door de dominee of de gemeenteleden van de vrijgemaakten die ook uit Franeker kwamen.
De wagens stonden dan schots en scheef geparkeerd zodat de auto’s uit de garageboxen aan het Achterom er niet langs konden.
Eén keer begon het Frysk bloed aardig te ‘brûzen’ toen deze situatie zich weer voordeed.
De chauffeur Gerrit A. Jellema toeterde toen net zo lang door, tot het Achterom door de kerkgangers vrijgemaakt werd.
De geschiedenis van het gebouwtje waarin gekerkt werd is al door Klaas Tjipkes Hibma beschreven.
Daarom bepalen we ons nu alleen tot de bewoners.
Wel moet even gezegd worden dat het pand op een gegeven moment verkocht werd aan een bewoner omdat de vrijgemaakte kerk Sexbierum-Franeker voortaan in Franeker ter kerke ging.
De familie Mandemakers kwamen er nu te wonen.
Aan de naam en aan het accent te horen lagen hun wortels in de omgeving van het Brabantse land.
Om dan in de zilte zavel en de altijd waaiende waadwyn weer houvast te krijgen valt niet mee.
Toch heeft dit jonge stel er persoonlijk voor gezorgd dat het ‘panstrutsen dak’ vervangen werd door brandwerend dakbeschot.
De fam. de Kok die nu in Pietersbierum woont, werden daarna onze buren.
Het sleutelen zat deze buurman in het bloed zodat auto’s kwamen en auto’s gingen.
“Janke parren” zouden niet meer geplukt worden, want de perenboom ging tegen de vlakte dus: “Nieuwe heren, nooit weer peren”.
Bert Klaver, een zoon van Michiel en Yne uit Oosterbierum werd de volgende bewoner.
Een vriendin trok later bij hem in.
De trap naar boven werd vervangen door een open spiltrap.
Michiel Klaver zorgde ervoor dat het om “hûs en heer” netjes bleef.
Na verloop van tijd vertrok het jonge paar naar de omgeving van Hoorn.
Zo’n negentien jaar geleden begonnen Doede en Grietje Wielenga-Terpstra om te zien naar een plek waar ze een nestje konden bouwen.
Het Achterom werd hun keuze.
Ieder huis heeft zijn kruis, maar na vele verbouwingen en verbeteringen is het, vooral als de zon maar even schijnt, achter op het terras
een “daalders plakje”.
Wist u dat er in Sexbierum maar één straat van 100 meter lengte is waar maar één huis staat en dat Doede, Grietje, Tjitske en Wilco daar wonen?
Dat is de situatie van het Achterom in maart 2006.
Harm Zaagsma