Tebek yn'e tiid Deel 32
Door Harm Zaagsma

Nu de vakantie voor de meesten bijna is afgelopen, stijgen de temperaturen tot zomerse waarden en kan de kachel weer uit.
Mijn gedachten gaan dan ook even tebek naar de laatste 3 weken van juni, toen we met zwager en schoonzus in de Franse Dordogne met caravan en tent vertoefden.
Kamperen bij de boer, zonder televisie en krant , maar met zomerse temperaturen.

Ons eerste kamp, iets ten zuiden van Bergerac, lag op een heuvel.
De caravan stond aan de rand van het "bosk" met uitzicht op het golvend "iepen fjild".
En met de natuur, want in de schemer fladderden en vlogen verschillende soorten vleermuizen en uilen geruisloos voor ons langs.

Overdag zagen we hagedissen die bij onraad in spleten en gaten verdwenen.
En onder de douche la ferme kon je prachtige lichtgroene boomkikkers bewonderen, die met hun van zuignappen voorziene poten loodrecht tegen de muur of het raamkozijn opliepen.

Helemaal niks griezeligs aan.
Ook de prachtig bloeiende aronskelken die als bollepysten in de sloot groeiden waren een lust voor het oog.
Vanuit de schaduwrijke tuin, op de volgende boerencamping hadden we uitzicht op kruidenrijk grasland en enkele maisvelden, die wegens aanhoudende droogte regelmatig beregend werden.
Niet uit sloten, maar uit putten die in de poreuze, stenige grond waren geslagen.
Ook werd daar tabak verbouwd.
Een, in mijn ogen, prachtig beslag zwartbont vee liep bij deze boer in een heel grote jister, waarvan de helft van de oppervlakte bos was.

Iedere veehouder had bij ons vroeger ook een jister.
Dat was een omheinde wachtruimte vlak bij de boerderij, waar gemolken kon worden, als het vee buiten liep.
Een box voor kinderen werd wel een "bernejister" genoemd.

Grote balen hooi werden in zware bouwstaal matten ruiven gelegd, want er was geen gras te bekennen.
Tegen melkenstijd gingen de koeien naar een grote loopstal, waar ze ook nog met pulp en krachtvoer werden bijgevoerd.
De bolle liep gewoon los tussen de 50 koeien.
Zo leefde hij als een bolle in Frankrijk.

De Nederlandse toerist is in deze streek een welkome gast, want in winkels of op de markt werd enkele keren op het juiste moment "Dank u wel "of "Alstublieft" tegen ons gezegd.
Toen we in Bergerac op de kade liepen, omdat we een boottocht op de rivier de Dordogne wilden maken, gaf ik mijn ogen even niet goed de kost en maakte een lelijke val.
Volgens mijn reisgenoten gaf ik mijn ogen juist wel goed de kost, maar keek ik meer naar de toetjes dan naar het dagelijks brood.
Over de oorzaak van de val zullen we niet verder twisten, maar door de vochtophoping in mijn "knibbel" heb ik voor de zekerheid 2 dagen vanuit de bosrand boeken zitten te lezen.
Ik kon toen niet vermoeden dat juist in die tijd mijn naam in het MCL Zuid te Leeuwarden over de tafel zou gaan.

Sybren Dijkstra van Terschelling, de broer van taxichauffeur Jan Joris, ontmoette daar Auke van Tiede Swart en ze waren in gesprek geraakt over de stukjes uit Silhouet aangaande de gevolgen van de melkstaking van 1943, want daar had ik Sybren even een paar kopietjes van gestuurd.
Hij had mij daar immers informatie over gegeven.

Toen we begin juli thuis kwamen lag er bij de "ingekomen stukken" het prachtige kaatsboek van de jubilerende kaatsvereniging De Twa Doarpen-DIOS, waar Pieter Brandsma voor had gezorgd en een brief van Sybren Dijkstra met een bedankje en nog wat aanvullende informatie over "Drente".

Hij denkt dat het niet juist is dat de vrouwen van de opgepakte mannen de hele winter naar Drente gefietst hebben.
Want op vrijdagmiddag konden de betreffende gezinnen - en dat waren er nogal wat- de schone kleren en andere pakjes op het gemeentehuis brengen.
Zaterdags ging (NSB) burgemeester Okkinga met Jan Joris Dijkstra met de auto naar Drente om deze spullen af te geven.
De vuile was ging dan mee terug.
Durk van Jentje de Jong is ook opgepakt geweest en belandde met fiets en al in Drente.
Deze fiets is tijdens zo'n rit ook mee terug genomen.

Sybren vertelt verder nog een triest verhaal dat zich afspeelde in Wijnaldum.
Hoekstra, een jonge man, wordt tijdens een razzia opgepakt en naar Harlingen gebracht.

Zijn mem raakte helemaal overstuur, want een aantal jaren daarvoor had ze haar dochter ook al verloren: vermoord op het binnenpaed naar Hjerbeam.
(De vermoedelijke dader moest men vrijuit laten gaan.).

Vrouw Hoekstra wilde nog afscheid nemen van haar zoon en fietste naar Harlingen.
Daar werd haar verteld, dat hij al in Leeuwarden zat.
Toen ze daar aankwam, bleek dat haar zoon al in Drente zat.

De eerstvolgende zaterdag kon ze mee naar Drente en ze vond een plaatsje in de taxi tussen tientallen pakken pakjes.
Bij het verblijf van haar zoon aangekomen, krijgt ,ze te horen, dat ze hem niet mag zien.
Jan Joris heeft uiteindelijk nog bemiddeld, zodat ze hem nog even mag ontmoeten.

Ook wordt nog door Sybren opgemerkt dat het koolzaad in 1941 niet vanaf de Terp stond, maar ongeveer vanaf wat nu de Boargemaster Dukerstrjitte is.

Het kaatsboek 1905-2005 met 200 bladzijden informatie en foto's is een werk van grote klasse.
Hier moeten honderden uren vrijwilligerswerk in zitten.
Het is een aanwinst voor de geschiedenis van onze dorpen.
"Kroeg" De Zon waar men zich o.a. kon aan melden voor het kaatsen was een voornaam gebouw, compleet met een voorportaal en een uithangbord.
Herbergier was o.a. H. van Dijk.

Dit gebouw is in augustus I 888 afgebroken en moet ongeveer hebben gestaan waar Alde Buorren no. 13 is gebouwd. (naast de voormalige Hervormde pastorie).
Een tekening van de situatie van rond 1790 vindt u in deze aflevering.
Hier wil ik het deze keer maar bij laten.
Oant de oare kear,

Harm Zaagsma, 0517 -591337.

Ald Nlis fan Klaas Tjipkes Hibma (1909-1993)

Omgeving Stationsgebouw Sexbierum
De vorige aflevering beschreven we het stationsgebouw.
Maar er waren ook nog bijgebouwen Zo'n 10 meter verder stond een stenen toiletgebouw.
Maar toen het spoor niet meer reed, heeft men het nog gebruikt als "hynstestI".
Aan de andere kant stond een loods die gemaakt was van spoorbiels om "ark" en ander "geriif" een plaats te geven.
Verder had de aardappelveiling Sexbierum-Pietersbierum er een houten gebouw waarin ook een klein kantoor was.
Van de 2 perrons werd het 2e niet veel gebruikt.
Alleen als er een paar goederenwagons via de wissel naar de spoorheuvel moesten.
Later was de spoorheuvel bij de loods van Westra voor de jeugd een "noflik en gaadlik boartersplak".
Zoals de jeugd nu met speelgoedautootjes speelt, zo waren vroeger de speelgoedtreintjes in.
Tegenwoordig hebben trouwens veel pappa's op de vliering hun eigen spoortje.

In de eerste tijd , van 1900 tot 1920, was het hier ook in de "bouhoeke" een opgaande tijd.
Is het tegenwoordig, op alle gebied schaalvergroting wat de klok slaat, voor 1900 zochten veel mensen de schaalvergroting in Amerika.
Er waren dan ook ware volksverhuizingen aan de gang.
De eerste 20 jaar van de vorige eeuw werd er dankzij het spoor goed geboerd.
Op de spoorheuvel werd wat op- en afgeladen: aardappelen, bieten, vlas, stro en in droge zomers ook water.
Maar ook cokes en antraciet en de goederen voor de plaatselijke middenstand.
Er golden bij het spoor twee tarieven: franco station en franco huis.
In het laatste geval moesten de goederen bij de klant aan huis worden gebracht.
In de crisistijd hebben wij daar als jonge mannen nog wel eens wat mee verdiend.
Het was toen alom armoede.
Duitsland had de "krieg" verloren (1914-1918).
Maar Hitler liet het er niet bij zitten en zei : Geen boter, maar kanonnen.

Onze grootste afnemer van zuivel, vee en groente nam maar mondjesmaat af.
Onder andere boeren gingen op de fles en vee werd afgeslacht en ingeblikt.
Voor weinig geld werd het blikvlees onder de slagers verdeeld.
Over het spoor werd het aangevoerd.
Met de 2e stationschef, Sijbe van der Pol, mochten mijn broer en ik het met de handkar van s heit bij Van der Zwaag, Gratama en Eeltsje de Boer, de drie slagers, franco thuis bezorgen.
De Terp hadden we om droge voeten te houden, maar bij Eeltsje de Boer op de Terp aangekomen, stond het zweet ons in de klompen.
Maar de rijksdaalder die we elk van Sijbe kregen deed ons dat snel vergeten.

Tenei mear.
15-10-'91
K.H.