Turfschepen aan de Kade na 1930.
Links het huis van Willem Dorenbos.
Met ijsbaan / sportterrein.

Tebek in'e tiid deel 6 juli 2001

Toen in onze dorpen het aardgas zijn intrede nog niet had gedaan, stookten de meeste mensen hun kachel nog met hout, cokes, antraciet, turf of op olie.
Het eten kookte men op de kookkachel, gasfornuis, elektrische kookplaat en heel vaak in combinatie met petroleumstellen.
Je had dus ook handelaren in zwarte brandstof (brąnje) en petroleum.
Daarnaast waren er de Sexbierumer Skūtsjesschippers: Van der Meulen, Siegersma, Wissmann en daarvoor Thomas Sippens en Albert Bultje en ik denk nog wel meer.
Die sutelden in de nazomer in de dorpen nog een schipvol lange en harde turven uit.
Met hun handkar met van die grote spaakwielen.
In de grote manden werden ze door de schippers naar het brandstofhok gedragen en netjes opgestapeld.
De handel in petroleum werd door meerderen uitgeoefend.
Ook vaak als bijverdienste.
Enkele namen zijn: Jochem Mollema, Wissmann, Plat, terwijl Sijtze Wierenga en Rijer Mooi de petroleumhandel als hoofdberoep uitoefenden.
Ze gebruikten daarvoor een bakfiets waar de 4 liter blikken precies in pasten.
Ook hadden ze een uniform aan.
De petroleum werd aangevoerd met een tankauto.
De 'sutelders' hadden dan zo'n 6 ą 8 200 liter vaten klaar liggen die gevuld moesten worden.
Bij Sijtze Wierenga werden ze gevuld bij de 'reade tille' zodat ze over de hele Torenstraat gerold moesten worden, want de familie Wierenga woonde helemaal op het eind bij de Hervormde School.
Vooral het rollen met die lege vaten gaf nogal wat lawaai.
Wij hielpen onze klasgenoot Jelle wel eens met het rollen van de vaten.
Bij het uitventen van de olie hielp het hele gezin.
De olie kostte in die tijd ongeveer 20 cent per liter.
Rijer Mooi woonde achter het kerkhof, wat nu Tsjerkebuorren 13 is.
Vrouw Etje verkocht de olie aan huis en Rijer sutelde in en buiten het dorp.
Als schooljongens hielpen we graag bij het rollen van de lege vaten om het kerkhof naar Mollema's hoeke.
De grote, zwarte hond die hielp bij het trekken van de bakfiets sprong dan met groot gemak al blaffend telkens over het 'tsjerkhofsstek'.
Deze hond heeft eens gevochten met een andere 'dorpshond', namelijk Wachter, een grote zwarte bouvier.
Dat was een afgerichte politiehond die later werd afgekeurd, omdat hij bang was voor het schot en ook voor onweer.
De eigenaar was Jan Groothof.
Op het plein voor het café vlogen die twee honden elkaar eens zo in de haren dat Jan ze maar in de vaart gewerkt heeft, ze waren niet van elkaar af te krijgen.
Wachter is later nog jaren bij Durk Bakker op de boerderij aan de 'Hoofddyk' geweest, wat nu de Hearewei 5 is.
Ook werden er bij de petroleum boekjes met stripverhaaltjes gegeven.
Eerst van Peter Olie en later van Petroleentje.
De tekst van het eerste boekje was ongeveer als volgt:
Peter Olie is een rakker,
bij de hand en altijd wakker.
Aan zijn vriendjes op de kaden,
toont hij graag zijn heldendaden.
En dan balanceert hij op het plaatje op een rollend olievat.
In het kort kwam het hier op neer: hij komt in de haven terecht op een halfvol petroleumvat, wordt door de stroming naar zee gedreven en spoelt later op een eiland aan waar de inboorlingen een vuur willen stoken, maar het hout is nat.
Maar dan spoelt Peter Olie aan en giet wat olie over het hout.
Peter Olie is de held, want het natte hout wil branden.
Rijer Mooi was ook nog dorpsomroeper, als je iets had wat 'op de bel' moest dan werd dat even tegen vergoeding door het dorp omgeroepen.
Vaak ging het om vleesverkoop bij de noodslachting.
Een andere keer om vis, fruit of bloemen die op de hoek bij Hettema verkocht werden.
Ik weet nog dat er eens stokvis (gedroogde kabeljauw) bij Mollema op de stoep verkocht werd.
Staande vissen met de koppen er nog aan, ongeveer 1 meter lang, samen gebonden met roestig ijzerdraad alsof het pakken stro waren.
Zoals het de petroleumman en de dorpsomroeper is vergaan, zo ging het ook met de ijscoman op de hoeke, maar daarover de volgende keer meer.

Harm Zaagsma