Tebek yn'e tiid deel 5 mei 2001

We beginnen met een advertentie van de gasfabriek Barradeel uit 1938.
De gasfabriek stond in Tzummarum in de bocht, waar nu bouwbedrijf Hiemstra is gevestigd.
De monteurs van de fabriek zag je geregeld in het dorp voor de herstelwerkzaamheden aan de leidingen en de aanleg van nieuwe aansluitingen.
De ijzeren gasleidingen lagen als een "golf” in de straten.
Op de laagste punten zaten staande buizen naar het straatoppervlak.
Hierop zat een deksel.
Op gezette tijden kwam de jeep van de fabriek met een handpomp om zo het condenswater uit de leidingen te pompen.
Ook de straatverlichting brandde op gas.
In elke lantaarn zat een wekker die wekelijks door Marten Travaille van de Torenstraat werd opgewonden.
Hij had hiervoor een speciale ladder met twee haken die om de paal pasten.
Zo ging de gasverlichting automatisch aan en uit.
Toen ik op een keer tegen twaalven uit school naar huis liep, kwam ik bij Mollema's Hoeke meester K. Huizinga van de Gereformeerde school tegen.
'Dag jongeman, hoe heet jij?'
'Harm Zaagsma, meester'
'Dat dacht ik al.
In welke klas zitje?'
'2de klas, meester'
'Juist, vertel jij me eens hoeveel 26 + 16 is.'
Na enig nadenken: '42, meester'
'Goed zo, ga zo door'.
Dat was meester Huizinga.
Hij woonde op de Heerenstreek op nummer 314 in het huis, dat nu Tj. Hiddesstrjitte 7 is.
Aan de jongens uit zijn lokaal vroeg hij trouwens ook of ze konijneneten voor hem wilden zoeken (voor zijn konijnen), want in zijn grote achtertuin hield hij talrijke knagers die wel van verse 'tiksels' hielden.
In de herfst heeft hij vast wel handel gedaan met de jongens die aan het 'bieten prippen' waren op de kade om de suikerbieten boven water te halen die bij het laden van de schepen tussen wal en schip vielen om zo een aanvulling te hebben bij het hooi in de winter.
Hij was van 1917 – 1953 schoolmeester in Sexbierum, waarvan vooral bekend was dat de plaatsnamen van de aardrijkskundeles gezongen werden.
Vlak na de oorlog waren de grondstoffen vreselijk duur.
Oud papier, vodden' vooral wol en oude metalen waren flink aan de prijs.
Daar speelden de voddenboeren enz. aardig op in.
Zo kon het gebeuren dat, als je uit school kwam, een voddenboer bij het ‘Petrus Tiltsje' zat.
Dat was de betonnen brug tussen Terp en kerkhof.
Daar stond hij met zijn bakfiets met een grote gasfles met allemaal gasballonnen of allerhande snuisterijen zoals fluitjes, zakmessen enz, enz.
Hij zei dan: 'Als je vlug naar je mem gaat en je brengt mij flink wat vodden, dan mag je wat moois uitzoeken.
Ik wil u wel vertellen dat zo’n man goede zaken deed en met een bakfiets vol vodden huiswaarts keerde.
Harm Zaagsma