Tebek yn 'e tiid deel 7 september 2001

Voordat Douwe Vrij hier melkboer werd, kwam er met warme dagen wel eens een ijscokar uit de stad in het dorp.
Die enkele keer kreeg je natuurlijk een ijsje.
In die tijd van Douwe Vrij was dat anders, met mooi weer stond hij bijna iedere namiddag en avond op de hoeke met zijn motorbakfiets of ijscokar.
En natuurlijk als het korps 'troch de buorren gong' of als de ouden van dagen terug kwamen van hun jaarlijkse uitstapje, dan zag het zwart van het volk.
Dan was het dringen geblazen bij de ijscokar van Douwe en Jannie.
Als kind had je al 'ien foar stoer' of een dubbeltje of vijftien cent.
Als schoolgaande jongen zag je dat de ’jong feinten’ die van het werk kwamen een ‘verpakten’ kochten van een kwartje, dat was wat.
Douwe was een echte dorpsman.
Hij maakte graag met iedereen een praatje.
Hij was melkboer van beroep en woonde eerst aan de zeedijk, een 100 meter ten westen van de brug over het kanaal bij het Fiskerspaed.
Dat was ook de plek waar we vroeger na schooltijd altijd gingen zwemmen of pootjebaden als het warm weer was.
Want het Fiskerspaed daar kon je fietsen.
Op de Frousleane liep vaak vee en die hoge brug hing ook helemaal scheef.
Op de zomeravonden werd er ook 's avonds bij hoog water door de oudere jeugd nog gezwommen.
Bij het Fiskerspaed was het vaak gezellig druk.
Sommige oudere 'Sédyksters' hadden de jeugd liever niet te dicht bij hun 'stek'.
Douwe Vrij sutelde dus met zijn 'brijauto' en later met motorbakfiets 'bûtenút' en yn 'e buorren en moest dus om in het dorp te komen altijd over de Slachte waar je de 'rommelput' ook had.
Wat de ijsverkoop betreft was hij ook vaak te vinden aan de Sédyk op het eind van de badweg bij Oosterbierum.
Dat was vaak zijn zondagse 'stekkie;.
Het was hier vaak razend druk.
Want ook nog in het begin van de vijftiger jaren werd hier op de basalt glooiing op een vaste fundering een houten gebouw in elkaar gezet, eigendom van de F.Z.C. (Franeker Zwem Club).
Het waren o.a. kleedhokjes en er waren ook betonstroken over de basaltblokken gestort.
Voordat de herfststormen kwamen, werd het geheel weer gedemonteerd en afgevoerd.
Dit was dus een mooie badplaats en ook gemakkelijk te bereiken voor de mensen uit het 'achterland'.
Douwe en Jannie Vrij lieten in ± 1950 een huis bouwen aan de Buorfinneleane no. 4.
Hier hebben ze nog tot ± 1962 gewoond waarna ze naar Sneek zijn verhuisd.
Daar heeft Douwe nog 2 jaar als melkboer gewerkt, hun zoon Theun was, toen ze vertrokken, 5 jaar.
Maar Sneek was Sexbierum niet, Franeker werd na 2 jaar de plaats waar ze nog jaren hebben gewoond.
Van Theun, die nu buiten de provincie woont, heb ik een serie mooie foto's gekregen waarvan er 2 in deze aflevering staan.
Vanaf deze plaats hartelijk dank hiervoor.
Renze Visser, oudste zoon van Sybren Visser van het 'Heechhiem', heeft ook nog een ijscokar gehad.
Ook Gooitzen Scheffer van de Nije Buorren verkocht ijs aan huis en ook met een kar.
Dit was bijna allemaal in de tijd toen we nog geen koelkasten en vriezers hadden.
Je kunt nu vaak 's avonds met een kanon door het dorp schieten zonder iemand te raken.
Je hebt toch alles in huis? Televisie, ijs en gezelligheid?
Toch geloof ik niet dat we in onze dorpen behoeven te klagen, want we hebben nog heel veel, zowel op sportief als op verenigingsgebied.
En wat zou U zeggen van het laatste dorpsfeest?
Maanden van voorbereiding, bergen werk verzet, perfecte organisatie.
Hulde aan bestuur en de inwoners van de beide dorpen.
Oant de oare keer.

Harm Zaagsma