Foto 1 :
Een foto van politieman Koolstra en zijn zonen vond ik op oudtzummarum.nl.
Ze staan links vooraan afgebeeld, toen Tzummarum in 1945 door de Canadezen werd bevrijdt.
Foto 2:
Johannes Bijlsma (van Ymke en Anna) op het Achterom met zijn ka op het schouder.
Foto 3:
Bewoners Gerbranda-State vanaf 1906.

Tebek yn ‘e tiid no 63 oktober 2011.

We gaan verder met Gerbranda state.
Bendien had tijdelijk even geen melker en vroeg daarom aan Hein Postma of die hem uit de brand kon helpen.
Hein was op veel plaatsen inzetbaar en wilde best twee keer daags even naar de pleats fietsen om de koeien te melken.
Toen Hein de eerste keer “de put er uit” had, nam hij nog even een kijkje bij het kleinvee in de “skuorre”.
Toen hij daarna op zijn fiets wilde stappen, die bij de “bûthúsdoar” stond, zag hij tot zijn stomme verbazing dat de boer alle koeien nog even naliep, om te kijken of ze wel leeg gemolken waren……..
Oud Pietersbierumer Gerrit Herrema, schreef me dat hij ook nog een “kromke” over boer Bendien te vertellen had.
Hij schreef: Boer Bendien heeft vlak na de oorlog nog een klein handeltje met mijn vader gehad. Die had n.l. een paar jerrycans voor Bendien “geregeld”.
Mijn heit had zich samen met Oane Braam als burger aangemeld bij de militaire A.A.T. troepen (aan en afvoer troepen)
Samen konden deze “generaals” nog wel eens wat “regelen” Boeiende verhalen!!! Mijn broer en ik moesten die op een avond bij Bendien brengen.
Gerrit schrijft verder: Jij weet waarschijnlijk ook wel Harm, dat Bendien in het voorjaar veel last had van broedende kraaien (roeken).
Zijn bomen om de boerderij zaten boordevol nesten.
Elk jaar gaf hij een seintje aan de scholen.
Op zaterdag trokken we dan massaal naar Gerbranda state, waar de boer en zijn arbeiders de nesten leeghaalden.
Iedere jongen kreeg dan een gekortwiekte kraai mee naar huis, die hij probeerde tam te krijgen. Dat lukte voor velen maar ten dele.
Maar voor één van de twee broers, Jan en Willem Koolstra, zonen van politieman Koolstra (die mij nog eens een enorme schop onder de kont gaf), lukte het geweldig.
Hij leerde zijn kraai werkelijk van alles. Daar kon niemand aan tippen.
Jan nam zijn kraai, zittend op zijn schouder, mee naar school.
Als de school in ging vloog zijn kraai naar huis, waarna hij tegen twaalven, weer schoolwaarts keerde, om zijn baasje op te halen.
Tot zover Gerrit Herrema.
Jan Metz had ook nog een verhaal over de kraaien.
Hij en zijn buurjongen Nanning Miedema (oudste zoon van de conciërge van het gemeentehuis) gingen ook naar Bendien om een kraai te halen.
Maar de boer maakte hen duidelijk dat er eerst even een paar regels bieten verdund moesten worden.
“Voor niks gaat de zon op, maar voor zo’n mooie kraai moet eerst even gewerkt worden “, aldus Bendien Henk van der Land zal in 1966 een jaar of achttien geweest zijn, toen hij enige tijd bij ons in het bouwbedrijf werkte.
Zo kwamen we ook bij Bendien.
Sijbe Hoekstra was daar toen aan het buitenom schilderen.
Zoals altijd,kwamen er dan “ ferversputsjes “ los.
Hier een scharnier vervangen, een kozijnstijl lassen, de voordeur afschaven, noem maar op. Van het één kwam het ander.
Hoekstra, die al wat ouder werd, durfde niet meer naar het uilebord, terwijl het wel een schildersbeurt nodig had.
Wie Hoekstra gekend heeft, weet precies hoe zijn “meneuvels” waren.
Hij kwam op me af, en fluisterde: Harm, soe‘st do it ûleboerd ek foar mij fervje wolle?
Ja dat is goed Hoekstra.
As ik die swurden en dekstikken fan it hok ferfongen ha, lizze Henk en ik de ljedders nei it úleboerd ta.
As jo hjir fan ‘e midsje wer komme, nimme jo dan even een stikje glés mei?
As it niept en weder niept, bin ik hjir om twa ûre wer, want bij it hús fan meester Huizinga, moat ik nog even in rib goate in it isolement sette.
Aan deze uitdrukkingen herkende je Sijbe Hoekstra.
Bepaalde soorten verf, maakte hij nog altijd zelf.
Na een paar dagen waren we met het buitenwerk klaar.
We hadden het mooiste werk niet voor het laatste bewaard.
In de schuur moesten we n.l. nogal wat juffers vervangen.
Ook misten er nogal wat schoren uit. En dat was “dreeg” werk.
Op zich niet zo erg.
Maar het was spinrag, stof en vogelstront wat de klok sloeg.
En het was buiten van dat mooie weer. We raakten al snel aan de situatie gewend, en schoten al mooi op.
Het zal op die laatste dag ongeveer half elf geweest zijn, toen Henk tegen me zei: Harm, ik heb een probleem.
Nou dat losse we tegeare wol even op net? Kin‘st dat eintsje juffer der net út krije?
Dat is it probleem net seit Henk, mar ik moat nodig poepe, en dat is ek al even sa.
Ik hâld it echt net langer op.
Ik woe net nei it húske wat yn ‘e hûs is, want dan seit Bendien: dat had je thuis moeten doen, want dit kost mij alleen maar geld.
En it húske in ‘e skuorre, stiet mij net oan. Weet je wat? Zei ik tegen Henk.
Daar ligt een plasticzak van de F.L.C. (Franeker Landbouw Coöperatie)
Daar op die schemerige zolder zoek je steun tussen die rûpelbank en de arrenslee, waarna je je behoefte in die pûde doet.
Neem een toppe hooi mee voor het af vegen van je gat.
Henk voelde zich direct een stuk nofliker. “We nemen straks die pûde in de auto mee naar huis en geen haan die er naar kraait”.
Tegen twaalven stapten we van de golle af om van de ladder af te dalen.
Toen ik al op de skuorre reed stond, was Henk halverwege. En wie stond daar vlak bij me?....
Wat heb jij daar in die zak, van der Land? Bendien, zei ik, “we vonden daar tussen de rotsooi wel 20 eieren.
Die zijn vast niet meer te eten. Daar willen we u niet mee opschepen.
Ik heb Henk toestemming gegeven, om ze mee naar huis te nemen.
Misschien kan hij ze nog bakken”.“HIER met die zak”.
Toen hij de inhoud zag, kon hij de humor er wel van inzien.
Dit verhaal is een mooie afsluiting over de geschiedenis van deze kleurrijke figuur.
Van iemand die nog verwant is aan de familie Gerbranda,( en daar nog onderzoek naar doet,) kreeg ik een lijst van eigenaren en gebruikers van de verschillende states vanaf het jaar 1345. Want ook bij Almenum stond een Gerbranda state, niet ver van de plaats waar de Hoarnestreek en de sédyk samen kwamen.
Bij het voormalige schapendijkje dus, nu verdronken in de industriehaven.
Vanaf 1345 tot op de dag van vandaag, is de state zo’n 35 keer in andere handen over gegaan, zowel verhuurd, gedeeltelijk verkocht, geheel verkocht, enz. enz.
Een vrij ingewikkeld verhaal. Nieuwe eigenaren namen soms de naam van de state aan. Gerbranda dus.
Zo ging dat vaak in vroeger tijden. De eerste naam van de Pietersbierummer state was Marnstra state.
Door (zee)wateroverlast, werd de state ook al eens verplaatst naar een hoger gelegen terp. Ook wordt geschreven over een Groot en Klein Marnstra.
De naam Gerbranda state is in gebruik vanaf ongeveer 1850.
Toen na de brand, in 1845, de eerste steen gelegd werd voor het nieuwe kerkgebouw te Pietersbierum, was ook kerkvoogd Pieter Steffens Gerbranda daarbij.
Steffens pôltsje is een stuk land tussen Gerrit Nammensma en de Slachte.
In het begin van de vorige eeuw, stond hier nog een spultsje op. Arnoldus van der Brug woonde daar ook.
Maar het is vernoemd naar de bewoner Steffen Gerbranda, duidelijk een nazaat van de bewoners van Gerbranda state.
Later woonde deze familie op Terppaed 2.
Na zijn dood omstreeks 1945, ging zijn dochter met haar man er wonen.
Thomas en Trijntje Houtsma-Gerbranda.
Wat Gerbranda state betreft, zullen we het hier eerst maar bij laten.
Hartelijk bedankt voor uw verhalen en reacties.
De onderzoeker van wie ik veel documenten toegestuurd kreeg, wil ik hierbij ook hartelijk bedanken.
Veel sterkte bij uw verdere onderzoek.
Groetnis Harm.

Bewoners Gerbranda-State vanaf 1906

1906. Te huur bij P.H. Zijlstra en vrouw, van 1907 tot 1912.
Kan ook de state bij Oosterwierum zijn maandag 20 februari 2012, zie; klaaikluten dec 2008.
1916. In de huur bij Visser en Werkhoven.
1927 Huurder A.D. vd Schaaf.
1939. Herre Bendien eigenaar en gebruiker 45 ha. Tot 1971.
1972. Fokke Kooistra eigenaar 21 ha en 27 ha.
1990. Assuerus Jacobus Gerardus Aukes voor de helft eigenaar 25 ha en Anne van der Meer ook voor de helft eigenaar 23 ha.
2011. Nog steeds dezelfde eigenaars er zijn geen objecten bewaard, alleen de state staat er en heeft een lange geschiedenis.