Foto 2 :
Bij de bthsdeur: wie weet wie de vrouw met de witte klompen is?
Mevr. Bendien knuffelt het paard, Herre Bendien ten voeten uit.
Foto 3:
Harm Vlasma in 1973 op het versierde spoorrntsje
Foto 4:
Sjo Hanenburg- Jellema begroet de vertrekkende bewoners.
Foto 5
Koninklijke trein te Sexbierum 27-09-1905.

Tebek yn'e tiid deel 61 augustus 2011.

De vorige keer zijn we begonnen om iets te vertellen over de tijd dat Herre Meindert Bendien op Gerbranda State te Pietersbierum woonde.
Het gezin van landbouwer, Tjerk Zijlstra-Wit, de ouders van Gerlof, woonde op het eind van de Jei-iker waar tegenwoordig de fam. Cees (bloemkool) Nieuweboer woont.
Tjerk Zijlstra was behalve sportman ook een liefhebber van schaken.
Lezingen en uitvoeringen hadden ook zijn aandacht.
Vriend Bendien was voor deze laatste drie activiteiten ook wel te porren.
Zo ging hij bij zijn buren ook wel eens een avond schaken.
Hij nam dan meestal zijn huisvriend, de grote, geelachtige hond Peter, mee.
Peter bleef dan trouw liggen wachten tot zijn baas weer verscheen, om vervolgens samen huiswaarts te keren.
Peter was een oplettende, trouwe wachter en zou zijn plaats niet verlaten voordat zijn baas weer in de deuropening kwam.
Maar n keer duurde het wel heel erg lang.
Hij was warempel in slaap gesukkeld, en werd pas wakker toen hij de fiets van Gerrit Sinnema, de melker van Gerbranda-State hoorde, die vanaf de Jei-iker de Hoarnestreek opdraaide, om naar de pleats te gaan.
Hoe kon dit gebeuren? Heeft de wijsheid soms in de kan gezeten, toen de schaakvriend in de kleine uurtjes na een "drege" parij naar huis toe wilde?
Hij nam namelijk voor de terugweg een andere deur en liet vriend Peter liggen waar hij was.
Toch bleef Peter trouw op de State passen. Voor sommigen liep dit niet altijd goed af.
Volgens mij was het postbode Klaas Goodijk die met gescheurde broek en een nat pak door Peter door de sloot gejaagd werd.
Peter stierf later geen mooie dood. Hij werd vergiftigd.
Pieter de Jager, zoon van Izak en Rinkje de Jager-Folkertsma, was mijn kameraad.
Hij woonde aan de Sdyk tussen Roptasyl en de Frousleane.
Via een smal fietspad dwars door de landerijen (het Tsjerkepaed) met aan het eind een brug over het kanaal, zo'n 100 meter ten Noordoosten van Bram Kieviet, kwam je bij hun huis uit.
Zijn broer Hylke werkte bij Bendien.
Zodoende waren we Gerbranda-State wel eens aan het verkennen.
Want zo kon je het wel noemen.
Waar je in de schuur of op het hiem ook kwam, er waren overal obstakels; wagens, werktuigen en omgewaaide bomen.
Om maar niet te spreken van de hoge "broeiers" waar je met je handen omhoog door moest lopen om niet door de netels gebrand te worden.
Daar tussen broedden dan: kalkoenen, parelhoenders, pauwen, vele soorten kippen en krielkippen met en zonder veren om de poten.
Ook zwanen, ganzen en meerdere soorten eenden ontbraken niet.
Na verloop van tijd, kwamen ze dan met hun kuikens tevoorschijn.
Bovendien waren er denk ik nog wel 10 plaatsen op de State waar Bendien dagelijks de eieren n of twee keer "vondelde".
Want hij was "spookbenauwd" dat de arbeiders of iemand anders een ei mee zou nemen.
Al die dieren deden me wel denken aan een versje dat we bij juffrouw Antje op de bewaarschool leerden.
We zongen dan Wat bist do leaflik, rizende simmermoarn.
Ook op de radio hoorde je later zingen hoe het toeging "Bie mien op'e boerderie".
Zo was het daar ook, want de pauw die schreeuwde daar "veer bovenuut".
Want die zat boven op de schuur en sliep op de hanenbalken.
Hoger kon hij niet komen.
Ook op andere plaatsen in de schuur en in de bomen bracht het gevogelte de nacht door.
Het gevolg was dat op vele plaatsen, oude en verse stront lag.
Onze dierenliefhebber heeft ook nog een ezel gehad.
Op dat grauwtje is hij nog een keer in Pietersbierum geweest, werd gezegd.
De landarbeiders in die tijd waren: Cor Boschma en Hylke de Jager van de Sdyk.
Uit Sexbierum-Pietersbierum kwamen : Jan Lautenbach, Durk van Dijk en bthsman Gerrit Sinnema.
Ik heb wel eens gehoord, dat in de tijd, dat textiel nog op de bon was,dat Bendien voor zijn arbeiders via zijn familie uit Twente, nog aan overals kon komen.
Een ieder die met hem in aanraking kwam, ondervond dat hij zeer wantrouwend was.
Een verhaal van Jan Lautenbach, dat Hieke Zijlstra-Jensma mij vertelde, bevestigt dat, Bendien moest eens een paar dagen weg.
Hij vroeg of Jan Lautenbach en nog iemand, gedurende die tijd het werk wilde regelen en verder de zaken wat in de gaten houden.
Aldus werd afgesproken.
Toen Jan tijdens die afwezigheid it hf even ging "inspecteren" kon hij het niet laten om even van de pruimen te Proeven, want ze waren wel als eieren zo groot.
Bij thuiskomst van de boer werd de oppasser ogenblikkelijk op het matje geroepen.
Ik mis hier en daar pruimen.
Waar zijn die gebleven?
Ze zijn er ook niet afgevallen, want dan moesten ze HIER liggen.
(hij wist dus vrij nauwkeurig waar ze gehangen hadden).
Jan heeft zich er wel uitgered.
Maar er gebeurde dus niet veel wat "de jood" niet in de gaten had.
Die bijnaam had hij.
Maar als je hem wat beter kende, kon je veel kanten met hem uit.

Dit eerste verhaal van Jan was nog wel te pruimen.
Maar wat de kinderoppas van Jan en Hieke Zijlstra nog meer vertelde, had een bloedige afloop. Sommigen onder u zullen nog wel weten dat Bendien in de vijftigerjaren een reebok in de hf had lopen.
Door middel van een touw of ketting had hij een beperkte vrijheid.
Op welke manier die bok daar gekomen is, is mij volkomen onbekend.
Was hij soms als Bambi gevonden en door Bendien met de fles grootgebracht?
lk kan me van deze dierenliefhebber niet voorstellen dat hij een gevangen volwassen ree, daar in de tuin gevangen hield.
Toen de winter naderde, was hij er toch enigszins verlegen mee.
Verschillende mensen kwamen aan de weet dat een goed plaatsje voor dit wild gezocht werd.
Na enige tijd meldde zich dan ook iemand uit de omgeving die er wel een goede plaats voor wist.
Na enig heen en weer gepraat werd afgesproken dat het dier de komende vrijdag, op de namiddag opgehaald zou worden.
Die middag werd de grote Bambi nog een keer bijgevoederd en keek Herre nog een keer in die prachtige reebruine ogen.
Toch had boer Herre er tijdens en na het avondeten geen goed gevoel over.
Hij besloot nog even naar de nieuwe eigenaar te rijden.
Daar aangekomen, liep het bloed al onder de schuurdeuren door hem tegemoet......
De rest van de verhalen over deze State en zijn bewoners bewaren we tot een volgende keer.
Oant dan,
Harm Zaagsma.

Deining over afschieten reen bij Sexbierum
Landbouwer Bendien wil onderzoek.

De Landbouwer H.M.Bendien te Pietersbierum hoogst verontwaardigd over de manier waarop een groep van vier sportjagers zaterdagmiddag een reegeit hebben opgejaagd en geschoten.
Hij gewaagt van ,,dierenmishandeling" en hij wil de zaak tot in hoogste Instantie laten uitzoeken.

Hiet ging hier om een permissie van Faunabeheer voor het afschieten van alle in de buurt aanwezige reen, een stuk of vier, waarvan de fruitteler K. de Boer te Sexbierum schade ondervond .
De dieren, die al geruime tijd in deze omgeving vertoefden, trokken zich bij de komst van de winter meer en meer terug op zijn bezitting waar ze, aldus de heer F. Veenstra van Fauna- beheer, een schade aan hebben gericht waarvan hij, bij zijn onderzoek ter plaatse, is geschrokken.
Hierop kwamen afschotpermissies los en trokken enkele lokale Nimrods ten strijde.

De heer Bendien constateerde, dat de heren met auto's heen en weer reden om de vluchtende geit die middag zo snel mogelijk te kunnen neerleggen.
In de ochtend zou men reeds het derde exemplaar van de kleine kudde te pakken hebben gekregen.
Er werd ook met hagel geschoten (hiervoor was toestemming verleend, aldus de heer Veenstra, om het gevaar te beperken) waardoor, aldus de heer Bendien, de kans groot was, dat het wild wel ernstig gekwetst maar niet dodelijk werd geraakt.
Op een gegeven moment schoot men ook toen de ree zich op zijn land bevond.
Hiertegen zal hij te bestemder plaatse een klacht indienen.
Het is best mogelijk," zo zegt de heer Bendien,dat ze die ree niet eens hebben doodgeschoten, maar dat het dier aan een hartverlamming is gestorven.
Ik vind dit bepaald geen manier van jagen.
Ik kreeg de indruk, dat men zich nu eens fijn wilde uitleven, nu het mocht".

De heer Veenstra merkte op dat dit afschieten 'van schadelijk wild nooit erg weidelijk geschiedt.
,,Het moet zo vlug mogelijk gebeuren.
Dit is wat ongelukkig verlopen."
De landbouwer Tichelaar jr., die evenals de heer Bendien aan de Oude-dijk woont, zag in de morgen, omstreeks kwart voor tien, dat een jager met auto de bewuste ree beschoot terwijl het beest zich op het land van de Tichrlaars bevond.
Ook schoot de man enkele malen terwijl hij op de openbare weg stond.
Deze ooggetuige heeft direct de politie op de hoogte gesteld.
Evenals Bendien zijn de Tichelaars woedend over de manier waarop hier korte metten met de reen is gemaakt.
Ze kenden de dieren al lang en zagen vaak hoe de reen tussen de koeien en schapen liepen te grazen.
De heer Veenstra: ,,Het is inderdaad geen prettige zaak om zulke reen af te moeten schieten maar wil meneer Bendien de schade betalen, die ze in de boomgaard aanrichten?
Dan zou er over te praten zijn.
"Volgens hem, is het onmogelijk reen op een redelijk goedkope wijze uit boomgaarden te weren.
Een afdoende omheining zou kapitalen kosten en de dieren laten zich ook moeilijk afschrikken.
Ondaaks deze argumenten blijft de beer Bendle, een groot dierenliefhebber, voet hij stuk houden.
,,Als ze nu eens n bok afschoten van zon kudde dan ben ik daar helemaal niet op tegen maar op deze manier en zoals die heren het nu deden dat gaat mij veel te ver.
Dit was niet nodig geweest.
Ze hadden er plezier in.

Ald Niis fan Klaas Tjipkes Hibma (1909-1993)

Station Sexbierum- Pietersbierum en omgeving
Voor 1900 waren vaarwater, binnenschepen en natuurlijk de schippers onmisbaar als het om goederenvervoer ging.
Maar daar kwam verandering in, toen het spoor een rol ging spelen.
De schippers raakten een groot deel van hun vracht kwijt.
Ze maakten wel niet veel kosten, maar wat snelheid betreft konden ze het niet winnen van het spoor.
Bij onze dorpen hebben we de laadplekken bij het station en de spoorheuvel bij Westra al genoemd, maar ook bij de spoorbrug over de Sexbierumervaart was een voorziening getroffen wat betreft lossen en laden.
Allereerst was de vaart ter plaatse zoveel breder gemaakt dat de schepen er konden keren.
Tevens was er los- en laadruimte voor landbouwproducten van de aangrenzende landerijen.
De wagens die hier uitgerangeerd waren konden zodoende hier geladen worden.
De voorziening bij de "spoarbrge" werd 'het Dok' genoemd.
Voor de jeugd een gerieflijk "boartersplak".
Niemand had last van je.
Zwemmen, baaie, angelje, bootje varen, alles in de "smoute" van de spoarbrge.
De andere laadheuvel was bij de "miedleane" tussen Sexbierum en Oosterbierum.
Ook hier ging het om landbouwproducten.
Het wegverkeer vanaf Franeker naar het dorp kreeg te maken met de spoorbomen bij de overweg.
Deze werden vanaf het station bediend.
Voor de laatste trein gebeurde dat vaak door "losse" mensen.
Een daarvan was Herke Ploegstra.
Later had hij de rode pet op in It Hearenfean.
Het is eens voorgekomen dat een vrouw de spoorbomen reeds gesloten had, toen er nog een koetsje aankwam.
De koetsier gaf te kennen dat hij er pers doorheen wilde, want hij was met burgemeester Pereboom onderweg.
De vrouw in functie antwoordde: 'As wiene jo mei de appelbeam t it Hf, jo komme der net troch".
20-10-91

Bewoners en personeel

Het personeel van het station bestond uit drie mensen: de chef met de rode pet en zijn twee helpers.
Dezen droegen een blauwe pet.
De eerste, Sijbe van der Pol, woonde aan de Stasjonswei.
De andere was Andries Kingma.
De chef had een flinke tuin, maar Sijbe en Andries kregen elk een stuk tuin bij het spoor.
Arndries "wie nochal koart oanbn".
Hij heeft eens "spul mei s heit hn".
Dat kwam, doordat hij aardappelloof aan het verbranden was, terwijl de wind op onze ramen stond.
De eerste bewoners van het station was de familie Buitenhuis afkomstig uit Gelderland. Noflike lju.
Hij hield kippen, geiten en konijnen en kon "tige seine harje".
Zijn opvolger was Olthof. Zijn kinderen gingen bij ons op school.
Van de volgende weet ik de naam niet meer, maar wel dat hij alles uit het hoofd kon spelen op ons huisorgel, met heel mooie draaien aan het eind van de regel.
Hij heeft ons orgel eens "grondig" nagekeken, maar toen het weer in elkaar moest, pasten de schroeven niet meer.
Chef Hette de Jong heeft het nog het langst volgehouden, maar hij is later overgeplaatst naar Ferwerd.
"It spoar" moest het op zijn beurt verliezen van de sterk verbeterde binnenwegen, de steeds groter wordende wachtauto's en niet te vergeten de- in die tijd- ontelbare, kleine autobusondernemingen, die de klanten soms voor de huisdeur ophaalden en weer afzetten.
Onze dorpsgenoot Sijbe van der Pol werd overgeplaatst naar station Visvliet op de grens van Friesland en Groningen.
Het vrachtvervoer per spoor bleef in onze dorpen doorgaan tot l943.
De Duitsers wisten wel raad met de rails, want de oorlogsindustrie zat te springen om alles wat metaal was.
Wat overbleef was de "spoardyk", een verhoging in het landschap van zand en grind met begroeiing van braamstruiken en wilde aardbeien.
Je zou het de "wldwei" kunnen noemen, die de dorpen op de klei met elkaar verbond.
Ook het stationsgebouw is blijven bestaan evenals de naam Stasjonswei en Spoardyk.
Tot slot heeft in 1973, tijdens het dorpsfeest de trein nog n keer gereden met als bemanning en passagiers de bewoners van het spoarrntsje.
21-10-',91
K.H.

Met deze dubbele aflevering komt een einde aan de reeks "Ald nijs fan Klaas Tjipkes Hibma".
Geruime tijd hebben we onder leiding van Klaas Tjipkes Hibma wandelingen kunnen maken door het Sexbierum zoals hij het van vroeger kende.
Vooral de omgeving die hem na aan het hart lag, het Spoarrntsje, kreeg ruime aandacht.

Bij het eind van deze artikelenserie wil de redactie de bewerker ervan, de heer Harm Zaagsma, hartelijk dank zeggen voor zijn bijdragen.